Share

De benoeming van Zuhal Demir tot staatssecretaris van Armoedebestrijding en Gelijke Kansenbeleid draagt alle kenmerken van een uitgekiend communicatieplan. Mevrouw Demir is ‘allochtoon’ en moet aantonen dat haar partij geenszins racistisch is, terwijl het mijnwerkerssjaaltje haar arbeiderskomaf moest laten zien. Aldus kan de persoonlijke sociale achtergrond ingezet worden als bevestiging van een neoliberaal vertoog – “iedereen kan er wel geraken”.

Het is waarschijnlijk van alle tijden dat wie hogerop de ladder klimt, dit op eigen conto schrijft, met ‘en passant’ enige erkenning voor de familie. Natuurlijk speelt de familiale opvoeding een rol, net zozeer als onderwijs en degelijke openbare dienstverlening. In de VS biedt enkel het privaat onderwijs nog de nodige kwaliteit om kinderen ‘de kans’ te geven later universitaire studies aan te vatten. En ja, de private basisscholen vragen er gemiddeld 8.000 dollar per jaar, terwijl de kostprijs voor het middelbaar onderwijs stijgt tot 13.000 dollar per jaar. [1] Anders gezegd, in de VS zouden Liesbeth Homans of Zuhal Demir het waarschijnlijk nooit even ver hebben kunnen schoppen als in dit Belgenlandje…

Weg met de slachtofferrol

Wars van enig realiteitsprincipe stellen de iron ladies dat de inzet er vandaag in bestaat de slachtofferrol achterwege te laten en de aangeboden kansen te grijpen… Welnu, een recente sociologische studie [2] toont aan dat velen de realiteit toch anders bekijken dat Mevr. Demir en Homans. Zo is 69% van mening dat “mensen slachtoffer zijn van het systeem” terwijl 56% van mening is dat “zijzelf gebukt gaan onder de omstandigheden en geen greep meer hebben op hun leven”. Onder de respondenten die regelmatig financiële moeilijkheden hebben stijgt dit tot 72%, maar zelfs onder zij die voldoende spaargeld hebben, is nog steeds 40% diezelfde mening toegedaan. Verschillen tussen Wallonië en Vlaanderen zijn marginaal (bevinden zich binnen de foutmarge van 2%).  Sommigen zullen zeggen dat dit alles een kwestie is van perceptie.

Maar is dat wel zo? Je moet wel op een andere planeet leven om niet te weten dat de armoede toeneemt. Eind 2015 registreerde de Nationale Bank van België (NBB) 364.385 personen met wanbetalingen bij consumentenkredieten en hypothecaire leningen. Dit komt overeen met 3,8% van de meerderjarige bevolking. In vergelijking met eind 2014 is dit een toename van 4 %. [3] De  toename van het armoederisico onder laaggeschoolden (van 19%  in 2005 tot  28%  in 2014) vat de essentie van de problematiek. De belangrijkste determinanten van deze evolutie zijn: (a) een dalende  toegangkelijkheid van de arbeidsmarkt en (b) een dalende toereikendheid van sociale uitkeringen voor de actieve bevolking. [4]

Vlaanderen telde in 2016 gemiddeld 224.779 werkzoekende werklozen en tegelijkertijd waren er elke maand in 2016 gemiddeld 31.477 openstaande vacatures ofte 140 vacatures per 1.000 werklozen. We weten intussen dat heel wat afgestudeerde jongeren moeilijk nog iets anders dan interimarbeid te pakken krijgen en dat verdringing van mensen met migratieachtergrond hoogtij viert.

Het is anderzijds correct te stellen dat de anti-discriminatiewet van 2003 wel iets in beweging heeft gezet maar de afwezigheid van praktijktesten blijft toch problematisch. En de hoge werkloosheid onder werkzoekenden met migrantie-achtergrond toont aan dat er wel degelijk sprake is van achterstelling.

Maar op deze kritieken hebben de neoliberale populisten een antwoord: ‘eigen schuld, dikke bult’. De impliciete baseline van hun betoog luidt immers dat ‘mensen die onderaan de ladder staan in feite niets anders waard zijn’.

Opnieuw, elkeen met enig realiteitsbesef én rechtvaardigheidsgevoel haakt natuurlijk af. Maar dat is geen probleem voor Homans of Demir, laat staan voor de parttime burgemeester van Antwerpen. Hun doelpubliek is in de eerste plaats ‘Beleggend Vlaanderen’ en al de parvenu’s die zich hebben weten te verrijken dankzij het verkopen van landbouwgrond om er villa’s op neer te planten. Zij horen maar al te graag dat ‘het gedaan moet zijn met gepamper’.

In tweede instantie richten de iron ladies zich ook tot middengroepen die sociale degradatie vrezen of reeds ondergaan, en die van mening zijn dat de overheid ‘te veel afpakt’ om het te ‘verkwisten aan losers’. Naar beneden stampen geeft deze mensen een soort veiligheidsgevoel. Zij werken hard – wat ook klopt – en bijgevolg klinkt bij hen de meritocratische plaat als muziek in de oren. Ze horen er nog bij, of althans dat denken ze toch.

Alleszins is dat de cultuur in de bedrijfswereld. De mindsetting in het huidige ondernemen veronderstelt dat het organiseren van onderlinge concurrentie tussen de werknemers voor een winstbonus zorgt. Deze concurrentie wordt mede ingericht via allerlei vormen van individuele prestatieverloning waarbij al wie in het peleton meerijdt al snel een negatieve evaluatie zal ondergaan…

Instrumentalisering van “gelijke kansen”

Nu is de vraag ook of we er goed aan doen het ‘gelijke kansen’-verhaal nog langer te omhelzen. Wij vrezen van niet. Het is immers een tweesnijdend zwaard. Zoals vele andere zaken is dat verhaal overgewaaid uit de VS. Volgens de gangbare interpretatie heeft deze aanpak tot doel al wie achterop hinkt een duwtje in de rug te geven. Gelijke kansen heeft volgens velen een progressieve connotatie.

Natuurlijk ogen de fair equal opportunities bijzonder rechtvaardig, vermits vanaf dan enkel nog individueel talent en inzet het verschil maken. Talent is een ‘gegeven’, terwijl de inzet afhankelijk is van de mindset en dan weten we waarop kan ingewerkt worden, via nudging en empowerment. Uiteindelijk belandt dit model bij een socio-genetische legitimering van sociale ongelijkheid want de inzet is nog steeds ‘dat de beste wint!’ Wat ook betekent dat wedstrijd buiten discussie blijft terwijl deze net impliceert dat er maar een paar winners zijn en vele losers.

Helaas wordt de samenleving verkeerdelijk aanzien als een optelsom van individuen, waardoor alle structurele factoren buiten het gezichtsveld blijven. De ‘gelijke kansen’-ideologie heeft dat paradoxaal genoeg in de hand gewerkt. Sinds gelijke kansen hun intrede hebben gemaakt in het publiek discours, zeg maar in de tweede helft van de jaren ’90, is men nooit verder geraakt dan doelgroepenbeleid met incentives om bepaalde categorieën vooruit te duwen: langdurig werklozen, oudere werknemers, allochtonen, laaggeschoolden, etc.

Meestal gebeurde dit door in te spelen op vermindering van sociale zekerheidsbijdragen. Wat ook betekent dat doelgroepen aantrekkelijker worden gemaakt wat op zijn beurt – zeker in tijden van schaarse arbeidsplaatsen – kwaad bloed heeft gezet.

Jegens vrouwen werd het gelijke kansenbeleid enerzijds gelinkt met enerzijds het doorbreken van het glazen plafond en anderzijds met een gezinsconform beleid waarbij de werkzaamheidsgraad van vrouwen moest opgetrokken worden via … deeltijdse arbeid met een even deeltijdse verloning. Dankzij de ‘vrijwillige keuze’ bleef de afhankelijkheidspositie van deeltijds werkende vrouwen ten opzichte van male breadwinners natuurlijk buiten beschouwing. Daarnaast is het dichten van de loonkloof nooit het voorwerp geweest van een beleid. Net zomin als het invoeren van quota of het ‘wegwerken van drempels’ voor de zogenaamde ‘allochtonen’.

Op de keper beschouwd is het ‘gelijke kansen’-verhaal dus voornamelijk een ideologie. De kracht van deze ideologie situeert zich in het feit dat men enerzijds afstand heeft genomen van het gelijkheidsstreven, dat ten onrechte met uniformisering en neerwaartse nivellering wordt vereenzelvigd. Anderzijds is er geen enkele aandacht meer voor de structurele mechanismen in dit kapitalistisch systeem.

Eigen schuld

Men zet ogenschijnlijk in op het ondersteunen van talent, het aanleren van vaardigheden, op empowerment, zodat individuen “er wel zullen geraken eenmaal ze op weg zijn geholpen”. De mens wordt in het economisch systeem echter bekeken als: resource, als grondstof, een hulpmiddel. Een entiteit zonder gevoel, zonder eigenwaarde, zonder mankementen, zonder autonome reflectie. Een hulpmiddel mag zichzelf niet bepalen. En mensen moeten inwisselbaar zijn. Daar stapt het systeem niet van af.

En hier wringt natuurlijk het schoentje. Succes is de horizon en de realisatie hiervan ligt bij het individu. Het onderwijs, de VDAB of het OCMW moet mensen ondersteunen in hun traject, soms met een duwtje en soms met een tikje tegen de oren (of sancties zoals het afpakken van uitkeringen). Gelijkekansenbeleid past dus naadloos bij de actieve ‘welvaartsstaat’, (à la Frank Vandenbroucke) waarbij de overheid elke verantwoordelijkheid inzake welzijn en welvaart heeft afgewenteld op de werkzoekenden, in het bijzonder deze die behoren tot een “doelgroep”.

Wanneer allerlei instanties en beleidsmaatregelen het ‘gelijke kansen’-verhaal uitdragen, wordt de sociale ongelijkheid stilaan anders bekeken. Al wie achterblijft heeft het aan zichzelf te danken. Al wie werkloos is, is in feite ‘werkonwillig’ en wentelt zich in een slachtofferrol.

Het pervers karakter van deze benadering wordt vandaag geïllustreerd door de statements van Zuhal Demir en Liesbeth Homans. En dit is even belangrijk als het post-truth-gehalte van hun tussenkomsten.

“There is such thing as society”

Het economisch systeem is gericht op accumulatie van winsten, en de ondernemingen zetten in op het maken van de hoogste winst om de sterkste te worden of te blijven. Concurreren is de norm. Produceren aan de laagste kost treft vooral de werknemers. Hoe minder werknemers in vaste dienst, hoe beter.

Dit betekent dat selectiviteit en uitsluiting in het systeem is ingebakken. Flexibiliseren van de arbeidsmarkt is de politiek die ondernemers willen geconcretiseerd zien in maatregelen. Meer deeltijdse contracten, meer interim, meer tijdelijke contracten, meer flexi-jobs. De kers op de taart is nu de ‘wet-Peeters’ met de mogelijkheid om zij die al tewerkgesteld zijn, meer uren en meer overuren te laten doen. Er is de mogelijke uitbreiding naar 45 uur werken per week. Werknemers kunnen elk 100 (kan uitgebreid worden tot 360) overuren doen zonder compensatierust.[5]

De jobs in de ondernemingen zelf zijn voor enorm veel werknemers niet meer werkbaar. In 2016 had maar de helft van de werknemers op de Vlaamse arbeidsmarkt een job die het kwaliteitslabel ‘werkbaar werk’ meekrijgt. [6] Voor alle anderen zijn de arbeidsinhoud, de arbeidsvoorwaarden, de arbeidsomstandigheden niet van die aard om leefbaar te kunnen werken. Uit wetenschappelijk onderzoek weten we welke factoren op het werk stress en burn-out teweegbrengen. Aan die oorzaken wordt niet gewerkt. Wie niet mee kan moet eruit. Allerlei HR-technieken worden hierbij aangewend. In de hoofden van de werknemers wordt ingeprent: “fit in or leave”. Het systeem is dus ook intern concurrentieel en kan alleen maar discriminerend zijn.

Daarenboven predikt men in regeringskringen ook de dubbele moraal: ouderen moeten blijven solliciteren terwijl de werkgevers hen niet moeten. Zieken moeten ge-reïntegreerd worden, dixit Magie De Block, terwijl deze zieken hierbij riskeren hun contract te verliezen.

We mogen ons niet meer laten vangen door het uitgemolken ‘gelijke kansen’-discours. Daarom doet de linkerzijde er goed aan zich te herbewapenen met een aanpak die inzet op een verandering van structuren en spelregels. Om tot reële gelijke kansen te komen is het nodig in te zetten op een structurele aanpak: minder concurrentie, minder ratrace en minder elitisme. Geen ‘wedstrijd’ maar een parcours dat op verschillende tempo’s kan worden afgelegd met zijwegen en pauzes, waarbij het meritocratische een zacht karakter krijgt en op verschillende manieren kan ingevuld worden. Zoals bijvoorbeeld het scheppen van keuzemogelijkheden zonder dat ze negatieve gevolgen hebben.

Want het watervalsysteem bestaat nog steeds in het onderwijs. Op de arbeidsmarkt worden bepaalde profielen geweerd of net wél geselecteerd. De minder gekwalificeerden dragen niet toevallig bepaalde uiterlijke kenmerken en in vele beroepssituaties wil men van diversiteit niets weten. Om armoedebestrijding effectief te maken kan men niet anders dan sociale uitkeringen boven de armoedegrens te tillen.

Om discriminatie weg te werken zijn er sancties nodig voor bedrijven die racistisch/seksistisch discrimineren en kunnen quota en positieve acties ook van pas komen. Er zijn geen gelijke kansen zonder een structurele aanpak die extra tewerkstelling schept, de loonkloof dicht en arbeid herverdeelt én kwalitatief gratis onderwijs garandeert.

Last but not least, mocht er hier nog enige twijfel over bestaan: een centrum dat diversiteit bevordert, discriminatie tegengaat én interfederaal is (gezien discriminatie alle beleidsdomeinen doorkruist) blijft meer dan ooit een noodzaak. Men zegge het voort…

[1] http://www.privateschoolreview.com/tuition-stats/private-school-cost-by-state
[2] B. Scheuer, S. Bouquin (2017), Tussen wanhoop en revolte. 10 sleutels om de publieke opinie in België te doorgronden. RTBF-Le Soir, Institut Survey & Action, Miméo, 356blz.
[3] http://www.armoedebestrijding.be/cijfers_schuldoverlast.htm
[4] Zie http://socialsecurity.belgium.be/sites/default/files/analyse-sociale-situatie-en-bescherming-belgie-2016-synthese-nl.pdf Zie vooral p.4-6
Opgelet; armoedecijfers uit EU-SILC  gebaseerd op inkomens van 2jaar geleden, dus EU-SILC zegt nog niks over gevolgen van beleid Bourgeois-Michel, wel over negatieve evolutie tijdens Di Rupo en voorgangers.
[5] Zie http://www.werk.belgie.be/defaultNews.aspx?id=45370
[6] Zie Vlaamse werkbaarheidsmonitor die de Stichting Innovatie & Arbeid

 

Stephen Bouquin is Hoogleraar sociologie aan de Universiteit van Evry-Parisud, syndicalist en auteur van het boek ‘Helemaal anders’ (Critica, 2015).

Rik Coillie is syndicaal vormingswerker.

Sofia Lamouchi is lid van de vrouwenbeweging en activiste van Hart Boven Hard.

Mischa Van Herck is werkzaam op de studiedienst Algemene Centrale ABVV.

Henk Termote is socioloog en armoede-expert.

Hart boven hard

hartbovenhardkleur

18 stellingen

ecosoclogo

Roodlinks RSS feed

Agenda

Geen evenementen

Steun ons financieel

Geef ons een duwtje in de rug en stort een bijdrage op het rekeningnummer van Roodlinks nationaal:

000-3255563-49
IBAN BE97 0003 2555 6349
BIC BPOTBEB1
op naam van
Roodlinks
p/a Kruishofstraat 144 bus 118
2020 Antwerpen

Manifest

linksmoetookdurven