Share

Moet men zich aanpassen aan de globalisering, of moet men zich terugplooien op de eigen identiteit, zoals Trump, Wilders en Le Pen dat propageren? De meeste mensen beperken het aantal mogelijke houdingen tot deze twee opties. Ze verwijzen daarbij naar de Brexit of de verkiezing van de President van de VS. Daarmee rechtvaardigen ze hun ‘nuttige stem’ en keuren ze het zoeken naar een alternatief af. De hier geïnterviewde politieke wetenschapper Jean-François Bayart is onderzoeksdirecteur bij het CNRS (het Franse nationaal centrum voor wetenschappelijk onderzoek) en specialist in de studie van de natiestaten. Hij toont, in een poging om de beperkte keuze tussen deze twee opties te doorbreken, integendeel aan hoe de mondialisering en het zich isolationistisch terugtrekken op de nationale identiteit, in plaats van aan elkaar tegengesteld te zijn, in werkelijkheid samenwerken. Daardoor komt onze samenleving in een impasse terecht. Het is voor hem dringend noodzakelijk om deze impasse te verlaten door “een nieuw politiek universalisme” op te bouwen.

Maxime Combes : In uw boek L’impasse national-libérale. Globalisation et repli identitaire (‘De nationaal-liberale impasse. Globalisering en isolationisme’) gebruikt u een origineel idee om de wereld van vandaag en de tragische ontwikkelingen daarin te beschrijven: het “nationaal-liberalisme”. Kunt u ons uitleggen wat dat is?

Jean-François Bayart : Op de eerste plaats is het een concept waarmee men ons de illusie verkoopt − die alomtegenwoordig is in het politieke en het media-discours − dat er een zerosomspel zou bestaan tussen de globalisering van de markten enerzijds en, anderzijds, de natiestaat en de identiteit. Het ‘identitairisme’, het ‘soevereinisme’ zou een vorm van verzet zijn tegen de globalisering. Dat is een fatale fout, daar ze samen functioneren als een integraal bestanddeel. Gedurende twee eeuwen berust de globalisering op de economische en financiële mondialisering en ook op het universeel verspreiden van de natiestaat en de ideologieën van het isolationisme. Volgens de opvatting van het nationaal-liberalisme − dat ik als een ideaaltype gebruik − vormt de combinatie van deze drie elementen een synergie. Elk ideaaltype is een model dat in zijn ‘zuivere staat’ in de werkelijkheid niet bestaat, maar het dient wel als een concept om begrip op te bouwen.

Welke staatshoofden, welke landen, benaderen dit het dichtste?

Politiek, ja zelfs polemisch, gebruikt men in het publieke debat de notie van het nationaal- liberalisme. Volgens mij kan men ook zeggen dat het nationaal-liberalisme het nationalisme voor de armen en het liberalisme voor de rijken is. We voederen de armen met het nationalisme, d.w.z. met de nationale identiteit, en ondertussen genieten de rijken van het financieel en economisch liberalisme. Sarkozy, Fillon, Poetin, Cameron, May, Erdogan, maar ook Ahmadinejad in Iran, komen met dit profiel overeen. Angela Merkel minder, natuurlijk. De sleutel om dit in te zien is dat zowel de enen als de anderen enerzijds de partitie van het nationale en het liberale spelen, maar dat er anderzijds geen politieke of historische tegenstrijdigheid tussen deze termen bestaat. Sinds de jaren 1980 depolitiseerde de triomf van de neoliberale marktideologie het debat in het midden van het schaakbord, en dit door middel van een zachte consensus over de noodzakelijke “hervormingen” van de economie. Helaas zijn het de ‘identitairisten’ van allerlei slag die het debat op hun eigen manier ‘repolitiseerden’.

Deze manier van lezen kan de indruk geven dat ze bedacht is om de positie van Donald Trump te beschrijven …

Trump komt natuurlijk zeer dicht bij dit ideaaltype. Hij belichaamt perfect de dubbelzinnigheid, waarin enerzijds wordt gepleit voor protectionisme, maar anderzijds wordt door hem een voormalige bankier van Goldman Sachs tot ‘Treasury Secretary’ − secretaris van de staatskist – benoemd. Hij werkt volgens het principe van de vleermuis: hij neemt in de omgeving van de armen het lichaam van een nationaal zoogdier aan, en hij pronkt voor de rijken met zijn liberale vleugels. Hij brandmerkt de corruptie van het establishment, maar zelf doet hij in de praktijk aan nepotisme. Niettemin, Donald Trump heeft een eigenaardigheid ten opzichte van zijn collega’s nationaal-liberalen. Hij regeert zoals Ubu: onvoorzichtig [‘imprudent’], eigenwijs [‘impudent’] en incompetent.

Wat betekent zijn verkiezing?

Het binnentrekken van Donald Trump in het Witte Huis is eerst en vooral een reactionair én modern antwoord tegen het Amerika van de Civil Rights, tegen de Care en tegen de openheid naar de wereld toe. Het past ook in een bepaalde traditie in de Amerikaanse politieke geschiedenis, waar het populisme, de demagogie, het geweld, het wantrouwen tegen immigranten, het nationalisme, en het isolationisme voor het eerst doorbraken. Dit “America first!” is niet geheel nieuw: de Amerikaanse ‘traditie’ kent precedenten. Reeds op het einde van de 19de eeuw werd abrupt de immigratie stopgezet, waardoor men bijdroeg tot de economische destabilisering van Europa, dat een belangrijke exporteur van werkkrachten was. Mede daardoor ontbrandde de Eerste Wereldoorlog.

Globalisering is dus niet alleen de overwinning van de markt op de staat?

Neen, inderdaad. Ten eerste is de mondialisering van de markten zeer gedifferentieerd. Op financieel gebied drong men dit op, maar daarna moest men op de markt voor industriële en agrarische goederen compromissen sluiten met indirecte vormen van protectionisme. Een groot deel van de internationale handel is handel tussen bedrijven. Bovendien is er geen globalisering van de arbeidsmarkt − zelfs verre van dat − door het steeds meer en meer dwingende protectionisme tegen de migratie. De mondialisering berust op een splitsing tussen enerzijds de internationalisering van de kapitaalmarkten en de goederenproductie, en anderzijds de opdeling van de internationale arbeidsmarkt onder verschillende naties. Een andere pijler van het kapitalisme is verre van geglobaliseerd: namelijk het recht op eigendom, dat zelfs op het niveau van de Europese interne markt, verre van eenduidig is.

U beschrijft een globalisering die verre van volledig is. Maar wat is de rol van de staat daarin?

Zoals Fernand Braudel, na Marx en Polanyi, heeft herhaald, vormt het kapitalisme samen met de staat een systeem. Toen Joegoslavië en de Sovjet-Unie implodeerden en zich bekeerden tot het kapitalisme, vielen ze niet uiteen door de marktwerking. Maar er ontstond wel een regionaal systeem van natiestaten, waarvan een schandalig nationalisme het bloedige merkteken is. Bovendien gaat de mondialisering hand in hand met de bureaucratisering van de wereld met zijn juridische, regelgevende, technische en boekhoudkundige normen. Nooit hebben de staten zoveel bevoegdheden op het vlak van politie en ordehandhaving gehad dan vandaag, en gingen ze ook niet in de ziekelijke praatzucht over soevereiniteit. De liberalisering van de financiële markten gaat, onder het mom van de strijd tegen het terrorisme, gepaard met de versterking van de controle door de staten.

Zou globalisering zo dan niet bijdragen tot vrede in de wereld, zoals de initiatiefnemers ervan zeggen?

Francis Fukuyama kondigde in de vroege jaren 1990 onbesuisd “the end of history” aan. We zagen het resultaat: de genocide op de Tutsi in Rwanda, de burgeroorlog in Joegoslavië, het jihadisme, de instrumentalisering van het nationalisme, of het Russische etnische irredentisme in de Kaukasus en de Oekraïne, het anti-migratiebeleid waardoor er duizenden doden in de Middellandse Zee en op de grens tussen de Mexico en de Verenigde Staten vallen ...

Al deze conflicten berusten op de opbouw en activering, door ‘identitairistische’ intellectuelen en politici, van het particularistische bewustzijn, dat door geschikte segmenten van de min of meer brede bevolking binnen dit fameuze nationaal-liberale tijdsgewricht opgenomen wordt. Dit ‘identitairistische’, particularistische bewustzijn hebben we sinds het midden van de 19de eeuw niet achter ons gelaten.

Op welke dreefveer steunt dit identitair terugplooien?

Identitaire fundamentalismen blijven bestaan door illusies over de traditie. Ze werken door middel van elkaar aanvullende vijandbeelden. Wederzijdse haat voedt elkaar: Tutsi tegenover Hutu, soennieten tegenover sjiieten, moslims tegen christenen, enz. Het voorbeeld van halalvoeding is duidelijk. Die traditie is bedacht door de moderne agro-industrie. Daarop reageren fanatiek de diplomaten van sommige onder elkaar rivaliserende moslimstaten (Saoedi-Arabië, Iran, Maleisië, Turkije, Marokko en Algerije). Deze traditie wordt gewaarborgd en bevorderd door private certificatie-instanties die functioneren binnen het neoliberale kader en met de actieve deelname van de Europese Commissie. Halal is in Frankrijk niet alleen een controversieel thema geworden. Het is ook een strijdpunt tussen beide gemeenschappen, tussen de fundamentalistische moslims en de fundamentalistische verdedigers van de laïciteit. Een strijdpunt dat het sociale weefsel van de republiek verscheurt.

Zijn de tradities, de verbondenheid met een cultuur, en de territoriale eisen uitingen van dit nationaal-liberalisme? Kunnen we dit ook niet op een emancipatorische manier bekijken?

Dit is een discussie die ik met sommige collega’s heb. Ze weigeren aan de ‘identitaristen’ het begrip ‘identiteit’ over te laten. Ik ben meer sceptisch over de kansen van een universalistische recyclering van deze nationaal-liberale uitdrukkingen, daar de woorden niet biologisch afbreekbaar zijn en daar deze termen nu naar het erg beladen discours en beleid verwijzen. In ieder geval is het beter om te praten over identificatie dan over identiteit. Men moet erop wijzen dat geen enkele identificatie andere gevoelens van verbondenheid uitsluit. Men kan tegelijkertijd Frans, Bretoen en Togolees zijn − zoals een minister van François Mitterand, Kofi Yamgnane − en ook moslim of christen, werknemer of werkgever, enz. Een universalistische opvatting van identificatie is theoretisch wel mogelijk. Maar politiek gezien is het een ander verhaal daar de nationaal-liberalen redeneren op basis van identitaire toewijzing, of kort gezegd met identiteiten. “Je bent moslim van Algerijnse origine, je kunt dus geen Fransman zijn – tenzij je je assimileert en dat bewijst door varkensvlees te eten, alcohol te drinken of door je sluier af te leggen.”

Vormt de door jou zo genoemde “etnisch-confessionnele identiteitskit” de horizon waarbuiten het nationaal-liberalisme niet wil treden?

Ja, omdat de globale driehoeksmeting die het nationaal-liberalisme doorvoert, overeenkomt met de veralgemening van het culturalisme − de overtuiging dat culturen bestaan als niet-tijdelijke en coherente essenties die als een dominante ideologie de loop van de wereld verklaren. Maar wie het culturalisme zaait, oogst de ‘identitaire’ storm. We moeten ook beseffen dat de opkomst van het nationaal-liberalisme overeenkomt met de overgang van een wereld van imperia − die regeerden door het indirecte beheren van de verscheidenheid, naar het beeld van het Ottomaanse Imperium of het Keizerrijk van de Habsburgers, en zelfs, in zekere zin naar het beeld van de Europese koloniale rijken − naar een systeem van natiestaten die een directe politiek van culturele eenwording en een etnisch-confessionele definitie van burgerschap overbrengen. De genocide op de Armeniërs in 1915, de uitwisseling van bevolkingen in de nasleep van de twee wereldoorlogen, de Holocaust, de burgeroorlogen met hun etnische zuiveringen waren de bloedige stappen binnen dit proces dat niet is voltooid. IS is onderdeel van deze traditie.

En Donald Trump?

Op dezelfde manier! Hij verbeeldt het oorspronkelijke Amerika van zijn dromen en die van zijn kiezers – of van de nachtmerries van vele andere Amerikanen. Het Amerika van zijn jeugd − blank, gelukkig en triomfantelijk − was ook het Amerika van de dominante witte mannetjes, van de rassenscheiding en het McCarthyisme. Wie stemde voor Donald Trump, protesteerde tegen de afbouw van de industrieën in zijn regio. Men wees ook de eerste zwarte President in de Verenigde Staten af. In zijn brutaliteit betekent het bannen van de moslims de fundamentalistische terugkeer van een etnisch-confessionele definitie van het Amerikaanse burgerschap. De echte Amerikanen zijn de Wasp, de Angelsaksische en blanke protestanten. Om te kunnen worden aanvaard, worden katholieke Latino’s aangemaand om zich te bekeren naar het evangelische protestantisme. Dat wordt aanbevolen door de conservatieve denker Samuel Huntington.

In de nasleep van de aanslagen in Parijs op 13 november 2015 − die u duidde als “een terugkeer van de boemerang” − beweerde u dat zonder ingrijpende verandering “onze volgende president van de Republiek een Viktor Orban zou zijn, ongeacht hij rechts of links is, op voorwaarde dat hij de ‘identitaire’ kaart trekt. Is dit mogelijk in het land van de Verlichting?

Natuurlijk, wij hebben dat al bewezen. Al was het maar enkel in 1940. Laten we afstand nemen van deze arrogantie van ‘de grote natie en haar beschavingsmissie’. Laten we niet wegzinken in een nationaal masochisme. We moeten ons niet schamen voor de Franse opvatting over de Rechten van de Mens, ontstaan binnen een eigenaardige geschiedenis – zoals alle historische verhalen zijn – waarbij de seculiere gedachte, die bepaald werd door de wetgeving van 1905 die de scheiding van Kerk en Staat regelde, één van de parels was. Het probleem daarbij is dat de salafisten de laïciteit de rug toekeren, en dit omdat het hen zogezegd niet in de smaak valt. De wet van 1905 was een liberale en bevrijdende wet − een "compromisloos" ontwerp over de laïciteit, waarvan Valls en andere nationaal-liberalen beweren dat het een terugkeer naar een staatsgodsdienst, met haar etnisch-confessionele bepaling van burgerschap is − een waarbij men beroep doet op “de joods-christelijke wortels van Europa”.

Europa heeft zijn joden tijdens de Tweede Wereldoorlog gedood. Er is geen duidelijker bewijs van de nationaal-liberale obsceniteit dan deze instrumentalisering van de joden, die men gisteren heeft uitgeroeid. Vandaag discrimineert men de moslims. Waarom vormt Frankrijk een uitzondering binnen een wereld die zich helemaal overlevert aan Trump, de Brexit, Poetin, Erdogan en Orban? Zelfs Nederland voelt zich aangepord door de prikken van een neushoorn. Binnen de Verlichting is de vrijheid geen nationale verworvenheid, maar wel het resultaat van de alledaagse politieke strijd. Deze fundamentele houding dreigt in Frankrijk verloren te gaan.

Kunnen we ook een ander vooruitzicht schetsen? Naar aanleiding van de presidentiële verkiezingen?

Alle kandidaten die op kop liggen, zijn nationaal-liberalen, zelfs zij onder hen die tijdens de voorverkiezingen in het stof hebben gebeten: Valls en hij aan wie alle eer hieromtrent toekomt: Nicolas Sarkozy. Over Le Pen praten we niet. François Fillon, of wat ervan overblijft, vertegenwoordigt het nationaal-liberalisme in een zachte vorm, hoewel hij furieus etnisch-confessioneel is. Hij heeft als laatste steunpunt het democratische protest, terwijl hij op economisch vlak Thatcheriaanse hervormingen voorstelt.

Emmanuel Macron is het meest interessante geval: als ultraliberale, voormalige zakenbankier heeft deze politieke knaap niet minder dan zijn devotie getoond voor Jeanne d’Arc – dezelfde als die van het Front National − en voor het Puy-du-Fou van Philippe de Villiers. Hij schafte zich tegen een zeer dure prijs, via een subscriptie, een pseudo-relict aan van de genoemde Jeanne d’Arc. We bevinden ons hier ten volle in een nationale fantasierijke roman.

Juppé en Hamon zijn de enige twee die – alhoewel ze door een gebrek aan inzicht in de logica van het nationaal-liberalisme er niet mee breken − hebben geprobeerd om een beetje gezond verstand in dit ‘identitair’ delirium te brengen. Ze werden respectievelijk behandeld als Ali en Bidal – wat de bijnamen zijn die hen door hun eigen kamp werden opgekleefd. Het bevestigt het gezegde dat met dergelijke vrienden men geen behoefte aan vijanden heeft. De conditio sine qua non voor een breuk met het nationaal-liberalisme ligt in het rekening houden met deze driehoekige logica van de globalisering. Dan kan men op deze vernieuwde intellectuele basis een nieuw politiek project voorstellen. Daarvan zijn we ver verwijderd. Maar wij moeten ons wel dit nieuw politiek universalisme inbeelden om het zich terugplooien op zijn identiteit te dwarsbomen.

Interview door Maxime Combes, econoom en lid van Attac Frankrijk. Het interview, dat hier uit het Frans vertaald is, is eerder verschenen op de website Basta!:

(Vertaling door Guy Quintelier)

Jean-François Bayart, L’impasse national-libérale, Globalisation et repli identitaire, La Découverte, 2017

Noten:

Hart boven hard

hartbovenhardkleur

18 stellingen

ecosoclogo

Roodlinks RSS feed

Agenda

Geen evenementen

Steun ons financieel

Geef ons een duwtje in de rug en stort een bijdrage op het rekeningnummer van Roodlinks nationaal:

000-3255563-49
IBAN BE97 0003 2555 6349
BIC BPOTBEB1
op naam van
Roodlinks
p/a Kruishofstraat 144 bus 118
2020 Antwerpen

Manifest

linksmoetookdurven