Share

Iets meer dan een jaar geleden heeft Koen Dille ons verlaten. Koen was iemand die altijd – in alle omstandigheden – eerlijkheid en principes voorrang gaf. Misschien is dit veel te laat mar desalnietemin publiceren we hierbij een balans van Koen over de Dagen van het socialisme, ingericht door de Ronde tafel van de socialisten, een initiatief gelanceerd door Jan Blommaert in 2010. Wij denken dat we ter linkerzijde een nuchtere en eerlijke discussie nodig hebben "onze" terkortkomingen. Indien we deze niet voeren zullen we nooit in staat zijn een meerderheid van de bevolking achter onze standpunten te krijgen - redactie

Op zaterdag 2 november 2013 organiseerde de Ronde Tafel van Socialisten de derde Dag van het Socialisme. Socialisme met hoofdletter alsjeblieft.

Hoofdletter

Zo’n kleine vijfhonderd mensen was daar op afgekomen. Hoeveel er daarvan min of meer een klaar idee hadden van wat socialisme inhoudt, valt niet te schatten. Net zomin als het aantal dat al een leven lang – steeds grijzer en kaler - op zoek is naar het ware Socialisme. Met hoofdletter.

Dat neemt niet weg dat er die zaterdag toch ook heel wat mensen naar de Antwerpse cultuurtempel deSingel waren afgezakt, die er wél heilig van overtuigd waren dat hun eigenste voorstelling van het socialisme de enige juiste was. Zoals bleek uit de krantjes, pamfletjes en brochuretjes die je kreeg toegestopt, uit de te koop aangeboden boeken en uit de performances, toespraken, canapégesprekken en filmfragmenten die de plenaire ochtendzitting en de dagafsluiting sierden. Soms ook ontsierden.

Clichés

En dan heb je natuurlijk de almaar talrijkere georganiseerde groepen, bewegingen en partijen - kleine en iets minder kleine - waarvan de aanwezigheid zo niet altijd zichtbaar is, maar die daar wel, naar Marx’ woord, ‘rondwaren’. En waarvan geen enkele zinnens is om het eigen kapelletje even tussen haakjes te plaatsen, al was het maar voor één Dag van het Socialisme. Ze komen hier om te werven. Weliswaar in naam van respect afdwingende, hooggestemde en heilig verklaarde principes: solidariteit, arbeidersklasse, basisdemocratie, gelijkheid, herverdeling. Het kan niet op. Uiterst kostbare begrippen, zeer zeker. Alleen te vaak tot clichés gedevalueerd. Hoe kan het ook anders als ze decennia lang in steeds maar dezelfde context worden uitgekraamd?

Niet echt de beste uitgangspositie om op zo’n dag te discussiëren over wat we dienen te verstaan onder socialisme.

Dit is al de derde Dag van het Socialisme. De eerste keer waren we met zowat duizend deelnemers. De volgende rond de zevenhonderd. Vandaag geen vijfhonderd. Komt het omdat er geen vooruitgang te bespeuren valt? Omdat de groepjes, de beweginkjes en de partijtjes geen afstand kunnen doen van hun dogma’s? Omdat de clichés geen nieuwe inhoud krijgen? Omdat wie echt op zoek is, dan maar elders gaat kijken? Of gewoon thuis blijft? Dreigt dit niet een soort jaarlijkse jamboree te worden waar de laatste echte socialisten zich aan elkaar komen verwarmen?

Inventaris

Laten we eventjes wat voortvarend zijn en stellen dat er volgend jaar een vierde Dag van het Socialisme komt. Stel dat die eindelijk beslist om een eerste stap naar een concreet doel te zetten. Zo’n beetje als de fameuze Eed op de Kaatsbaan van 1798, toen de Derde Stand – hoofdzakelijk de opkomende nieuwe burgerklasse - besloot om niet uiteen te gaan vooraleer Frankrijk een grondwet zou hebben. Niet dat we op het einde van die vierde dag allemaal samen een mars moeten inzetten naar, ja, waar naartoe? Die vierde dag hoeft er zelfs geen blauwdruk van het Socialisme aan het wachtende volk aangeboden te worden. Neen dus, gewoon niets meer dan een aanzet, een ruwe schets, een gestructureerde verzameling ideeën, met hier en daar een fris geluid of een onverwacht accent. Zoiets moet toch kunnen?

Zo’n inventaris had er die zaterdag, 2 november al kunnen zijn. Zo was daar Daniel Piron, gewestelijk secretaris van de FGTB Charleroi-Sud Hainaut. Hij kwam uitleggen hoe een regionale vakbond erin geslaagd is om samen met andere groepen en bewegingen een politieke dynamiek te creëren. Dat had een uitstekend onderwerp geweest om in een van de acht discussiegroepen – ateliers – te onderzoeken.

Er was ook Sofie De Graeve, woordvoerster van het Vrouwen Overleg Komitee, die een oproep lanceerde tot radicale arbeidsduurvermindering. Een oude eis overigens van het ABVV uit de jaren zeventig. In de huidige neoliberale context van structurele werkloosheid mag die gerust weer eens worden opgediept. Ook daar had een van die ateliers zich een hele namiddag best in kunnen verdiepen.

Werkgroepen

Voorts was er een werkgroep Hoe de commerciële media benaderen voor een progressief project? Een rare vraag, als je daar even over nadenkt. Inderdaad, loont het nog de moeite om die commerciële media te benaderen? Terwijl toch het internet barst van pogingen om op een alternatieve manier aan informatie en nieuwsgaring te doen. Heel vaak zijn dat initiatieven die net gunstig staan ten aanzien van alles wat progressief is. Was het dan niet belangrijker om na te gaan hoe je in die alternatieve media aan bod kunt komen? Hoorde die werkgroep dan ook niet eens die alternatieve media kritisch te bekijken? Misschien is dat wel in die werkgroep besproken geworden. Maar in die alternatieve media heeft het dan toch weinig sporen nagelaten.

Dat laatste geldt trouwens voor de andere discussiegroepen. Je moet al over een geoefende speurneus beschikken om te weten te komen wat er daar allemaal aan bod is gekomen. Wie weet wat voor frisse ideetjes daar te horen waren. Maar wat gebeurt daarmee? Wie doet daar iets mee?

Zelf heb ik deelgenomen aan de werkgroep Groei – Ecologie – Concurrentie – Solidariteit. Een hele boterham. Stof voor wel drie werkgroepen. Jammer genoeg bleef het bij een fletse poging om socialisme te doen rijmen met ecologisme. En dat terwijl we niet minder dan drie inleiders te horen kregen. Drie doortimmerde uiteenzettingen. Uiteraard over groei, ecologie, concurrentie en solidariteit. En nog veel meer. Niets werd daarmee gedaan. Voor vragen of bedenkingen was er geen tijd. Onmiddellijk na de inleidingen moesten de deelnemers aan de slag met een keuze uit tien vooraf bedachte discussievragen. Daar kregen ze dan telkens een kwartiertje voor uitgetrokken.

Moesten we daarvoor eerst meer dan een uur braaf zitten luisteren naar de inleiders? Hangt het socialisme af van het feit - om enkele van die tien vragen te parafraseren - of we al dan niet met de trein rijden? En is socialisme nog altijd een kwestie van al dan niet nationaliseren? Zullen we met het socialisme automatisch minder CO2uitstoot hebben? Of is een kilometerheffing een stap naar het socialisme? Kon men echt niet een beetje dieper graven?

Nochtans had dit best anders gekund. Tenminste als men voort had gebouwd op de inbreng van de drie inleiders.

Draagvlak

Een voorbeeld, maar wel een heel belangrijk. Matthias Lievens, samen met Anneleen Kenis auteur van De mythe van de groene economie[ii], benadrukte onder meer dat de verandering moest komen van “bewegingen van onderuit van burgers die voor hun recht op een gezonde leefomgeving en voedsel opkomen”. Wiebe Eekman, milieumilitant van de PVDA, pleitte voor een “mentaliteitsverandering door een mobilisatie van de bevolking.”[iii] En Pieter Verbeeck, van de studiedienst van het ABVV, vond uiteraard dat je er zonder de vakbonden niet aan moest beginnen. Kortom driemaal het probleem van het maatschappelijk draagvlak. Met wie ga je in zee? Hoe krijg je de mensen mee? Dat lijkt de vanzelfsprekendheid zelve, maar het is wel de grote zwakte van de linkerzijde. Dat en haar verdeeldheid.

Op de keper beschouwd hoort die kwestie van het maatschappelijk draagvlak niet alleen en niet zomaar terloops in een van die acht ateliers behandeld te worden. Anderzijds natuurlijk, ben je niets met briljante ideeën en drieste plannen als je niet tevens een geloofwaardige strategie uitbouwt. Want daar komt die draagvlakkwestie tenslotte op neer.

Met wie dus. Pieter Verbeeck had het op een zeker moment over de ondertussen al klassiek geworden 99% die niet aan hun trekken komen door de graaizucht – tegenwoordig greed gedoopt – van de 1% superrijken. Alweer een cliché dat inmiddels het statuut van mythe heeft verworven. Er zal flink gestudeerd moeten worden om inzicht te krijgen in de bonte menigte van arbeiders, bedienden, hogere kaderleden, zorgverstrekkers, ambtenaren, kleine zelfstandigen, vrije beroepen, landbouwers, gepensioneerden, enzovoort. En zeker niet te vergeten de almaar groeiende groep van structurele werklozen en dito generatiearmen. En vooral nog minder te vergeten de vele miljoenen die in de steden en sloppen en op de velden en akkertjes van de ontwikkelende en achtergebleven landen van het zogenaamde Zuiden proberen te overleven. Er zal nog heel veel gediscussieerd moeten worden om daar een bruikbare theorie en een geloofwaardig alternatief uit te distilleren.

Voorstel

En zo zitten we dus nog steeds met de vragen van in het begin: wat blijft er over van al dat gediscussieer? Wat is men ermee van plan? Elk jaar opnieuw in groepjes een boompje opzetten over hoe het zit met de wereld, en dan buiten komen en constateren dan die wereld nog steeds rustig voort draait? Ik kan me inbeelden dat veel mensen op den duur afhaken.

Een voorstel dan maar. Doe ons op de vierde Dag van het Socialisme weer niet opnieuw van voren af aan vrijblijvend in het ijle discussiëren. En zeker niet over dezelfde problemen. Maar maak van het jaar dat komt gebruik om serieuze, goed gefundeerde documenten klaar te stomen. Zorg ervoor dat iedereen ze op tijd kan doornemen. Publiceer ze bijvoorbeeld. Voorzie misschien een mogelijkheid om op tijd amendementen in te dienen. Sla desnoods een jaar over. Maar hoe vurig ook de tientallen vrijwilligers zich uit de naad hebben gewerkt, bespaar ons alsjeblieft weer zo’n feel good dagje. Het Socialisme heeft al zo’n slechte reputatie.

Geschreven op 11 december 2013


[i] Met dank aan Paul van Ostayen

[ii] Uitg. EPO, Berchem-Antwerpen, 2012

[iii] Ik citeer telkens uit het verslag van de “ateliers”

Hart boven hard

hartbovenhardkleur

18 stellingen

ecosoclogo

Roodlinks RSS feed

Agenda

Geen evenementen

Steun ons financieel

Geef ons een duwtje in de rug en stort een bijdrage op het rekeningnummer van Roodlinks nationaal:

000-3255563-49
IBAN BE97 0003 2555 6349
BIC BPOTBEB1
op naam van
Roodlinks
p/a Kruishofstraat 144 bus 118
2020 Antwerpen

Manifest

linksmoetookdurven