Share

Would you tell me, please, which way i ought to go from here, asked Alice to the cat?

That depends a good deal on where you want to get to.

I don’t much care where.

Then is doesn’t matter which way you go.

(Lewis Caroll, Alice in wonderland)

De vakbond is opnieuw beginnen mobiliseren, zij het op sectoraal vlak (social profit) of rond deeldossiers (pensioenen).  Voorlopig blijft dat mobiliseren echter beperkt tot enkele acties, informeren en sensibiliseren, om het ongenoegen aan te wakkeren. Het ACV heeft immers aangegeven niet te willen overgaan tot stakingsacties en zich te beperken tot informeren, sensibiliseren en symbolische acties. Het ABVV heeft ook aangegeven dat er geen stakingsacties meer komen, voorlopig toch niet zonder het ACV en indien men al alleen zou oproepen, dan enkel als het gehele ABVV onvoorwaardelijk mee aan de kar zal trekken en dat bleek in het recente verleden niet zo vanzelfsprekend.

In een vorige bijdrage over het ontstaan van sociale mobilisaties had ik al verteld dat deze eerst en vooral ontstaan op basis van ongenoegen. Ongenoegen wordt dan vertaald als ‘een gevoel van onrechtvaardigheid’. Dat ontstaat wanneer bestaande regels worden overtreden, wanneer heersende waarden worden overtreden en/of wanneer mensen zich bewust worden van hun eigen doeltreffendheid.

Ik had ook al opgemerkt dat de vakbonden dat eigenlijk niet zo slecht doen. Er wordt heel wat geld en energie gestoken in het opmaken en het verspreiden van pamfletten en brochures die het regeringsbeleid toelichten en de gevolgen ervan uitleggen.

Ik had echter ook opgemerkt dat ongenoegen weliswaar noodzakelijk is maar zeker niet voldoende. Om aanleiding te geven tot een succesvolle mobilisatie is het nodig dat het gevoel van onrechtvaardigheid zich vertaalt in collectieve belangen. Een gevoel van onrechtvaardigheid leidt immers niet automatisch tot de formulering van collectieve belangen.

De vraag stelt zich dan hoe individuen met een gevoel van ongenoegen, met een gevoel van onrechtvaardigheid, zich ontwikkelen tot een groep met collectieve belangen? De sociale wetenschap gaat daarvoor kijken naar processen uit de sociale psychologie: sociale identificatie, sociale attributies en stereotypering.

Onze identiteit bestaat immers uit persoonlijke kenmerken en eigenschappen maar ook uit de sociale categorieën waartoe we behoren en de positieve en negatieve evaluatie van die categorieën. De evaluatie van de sociale categorieën komt voort uit sociale vergelijkingen met leden van andere groepen. Dit categoriseren heeft natuurlijk een aantal gevolgen. Mensen gaan sociaal attribueren en gaan stereotyperen.

Het proces van sociale attributie gaat over ‘het verklaren van het gedrag of een gebeurtenis in termen van redenen of oorzaken, ongeacht of die verklaring juist is, en hoe dit van invloed is op motivaties’. Het is immers van vitaal belang dat ontstemde individuen verklaringen hebben voor hun problemen in de plaats van hun problemen toe te schrijven aan oncontroleerbare krachten of gebeurtenissen. Het gaat immers niet om een wetenschappelijke analyse maar wel over de vorming van een groep met gemeenschappelijke belangen en doelen.

Dat verklaren gebeurt op basis van verschillende dimensies.

  1. -    Een eerste vaak genoemde dimensie gaat over interne versus externe attributies. Bij interne attributies worden verklaringen gezocht die bij de betrokkene zelf liggen, bij externe attributies worden verklaringen gezocht die buiten de betrokkene liggen.
  2. -     Een tweede belangrijke dimensie is de dimensie stabiel versus instabiel. Denk je dat iets een vast gegeven is, dat het stabiel is en niet kan veranderd worden of denk je daarentegen dat het onstabiel is en dat het wel kan veranderen.
  3. -     Een derde belangrijke dimensie is de dimensie controleerbaar versus oncontroleerbaar. Kan je iets beïnvloeden, is het controleerbaar? Of ga je ervan uit dat het oncontroleerbaar is, dat je er geen invloed op kan uitoefenen?

Mensen gaan niet alleen sociaal attribueren maar gaan ook stereotyperen. Een stereotype is de perceptie dat een bepaalde eigenschap kan worden toegeschreven aan alle leden van een groep. Die eigenschappen kunnen zowel positief, negatief als neutraal zijn. Stereotypische perceptie heeft natuurlijk een belangrijke invloed op de sociale attributie. Het zorgt ervoor dat mensen het eigen gedrag en dat van hun groep op een positieve manier verklaren en het gedrag van anderen op een negatieve manier. Het beschermt de groepsidentiteit.

Elke attributie en elk stereotype heeft immers verschillende gevolgen voor het gedrag en kan respectievelijk leiden tot een betere voorbereiding, tot fatalisme of tot mobilisatie.

Dit betekent dat elk individu zowel individueel als collectief kan handelen, afhankelijk van welk aspect van onze identiteit dominant is of zich op de achtergrond bevindt. Dit betekent ook dat individualisme of collectivisme slechts een situationeel specifieke respons is op sociale aanwijzingen. Hieruit volgt dat het eigenlijk onzinnig is om te stellen dat er vandaag alleen nog maar individualisme is. Iedereen kan zowel individueel als collectief denken en handelen en we moeten daarom gaan kijken naar de oorzaken die ervoor zorgen dat het ene of het andere aspect van onze persoonlijkheid op de voorgrond treedt.

Het spreekt dan voor zich dat een mobilisatie het best gediend is met attributies die het gedrag of de gebeurtenissen extern, instabiel en controleerbaar gaan verklaren.

Ik hoor vandaag jammer genoeg veel verklaringen die het omgekeerde doen, die de zaken verklaren als zouden ze intern, oncontroleerbaar en stabiel zijn. ‘Een meerderheid van de Vlamingen steunt de regering Michel.’ ‘Vele vakbondsleden hebben op de NVA gestemd.’ ‘We kunnen niet oproepen dat we de regering willen doen vallen.’ ‘Met een vermogensbelasting treffen we ook vele vakbondsleden met een tweede woning of een erfenis.’ ‘Je krijgt arbeidsduurvermindering niet uitgelegd want er zijn knelpuntberoepen.’ ‘Een vermogensbelasting pest de vermogenden weg.’ ’Laaggeschoolde arbeid is te duur.’ ‘Laten we toch maar onderhandelen om nog te redden wat er te redden is.’ Enzovoort …

Zolang de vakbonden zelf niet weten wat ze willen en duidelijk aangeven in welke richting ze willen gaan, zal er zich geen groep vormen met collectieve belangen. En dat is dan vooral een gebrek aan leiding.

Leiding speelt immers een zeer belangrijke rol in deze processen. Leiding kan helpen om vage ontevredenheid te vertalen in een uitgesproken gevoel van onrechtvaardigheid. Leiding kan helpen aanmoedigen om (collectief) voor je rechten op te komen, om een sterke groepsidentiteit te creëren, om een sterke groepscohesie tot stand te brengen of om de legitimiteit van de werkgever(s) onderuit te halen. Leiding is belangrijk in het bepalen van de taal die gehanteerd wordt om de eigen situatie te omschrijven en om de groepsbelangen te omschrijven.

De huidige perspectieven zijn echter veel te vaag. Rechtvaardige fiscaliteit, kwaliteitsvolle jobs en meer koopkracht zijn te vage begrippen die teveel aan de verbeelding overlaten. En als we die verbeelding niet zelf invullen, dan wordt die leegte ingenomen door de rechtse ideeën en categorieën waarmee we overal geconfronteerd worden. Het moet dus duidelijker en scherper! Het is geen wetenschappelijke analyse. Het gaat over de vertaling van ongenoegen, van een gevoel van onrechtvaardigheid naar een groep met collectieve belangen.

Het is nochtans niet zo moeilijk. Zijn we nu voor een vermogensbelasting of voor een vermogenswinstbelasting of voor allebei? En wat bedoelen we daar dan mee? Welke vermogens willen we belasten, vanaf hoeveel en aan welke aanslagvoeten? Als we alle inkomens op eenzelfde manier willen belasten, over welke inkomens gaat het dan? Zijn er dan nog uitzonderingen en dewelke? En welke aanslagvoeten willen we dan? Als langer werken een slecht idee is, vanaf welke leeftijd denken we dan wel te kunnen stoppen? Wat bedoelen we met kwaliteitsvolle jobs en als lastenverlaging geen goed idee is, hoe denken we dan wel jobs te creëren? En wat bedoelen we met rechtvaardige koopkracht? Over welk inkomen of loon spreken we dan? Enzovoort … En ik herhaal het nogmaals: het gaat hier niet over een wetenschappelijke analyse. We willen vaag ongenoegen vertalen in een duidelijk gevoel van onrechtvaardigheid om daarmee een groep met collectieve belangen te vormen.

Het is belangrijk dat alle linkse syndicalisten overtuigd zijn van de nood om vastberaden actie te voeren, ook al doet het ACV niet mee. Een brede mobilisatie is wel degelijk mogelijk, zelfs in Vlaanderen. De NVA verliest in de peilingen en veel syndicalisten die op hen of op het Vlaams Belang stemden, nemen vaak ook deel aan de syndicale acties. De syndicale mobilisaties blijven ook veel volk trekken. Uit onderzoek blijkt dat de vakbonden meer vertrouwen genieten dan de politiek en dat een meerderheid van de Belgen voor de invoering van een vermogensbelasting is. Dus wat is het probleem? De vakbonden hebben als taak om op te komen voor de belangen van de werkers. Indien we geen actie voeren, dan maken we alleen maar de weg vrij voor nog meer besparingen. Dan driegen de vakbonden het vertrouwen van de mensen wel echt te gaan verliezen. Dan zal de invoering van rechtspersoonlijkheid wel gemakkelijk worden.

Als we wachten tot het ongenoegen zo groot zal zijn dat de meerderheid van de mensen spontaan tot acte overgaan, dan wachten we op ‘Godot’! Het is altijd een bewuste minderheid die de zaken in gang zet. Globaal gezien is er altijd 1/3de van de mensen die nooit mee doen en tegen de eisen van de vakbonden zijn, 1/3de twijfelt en/of is laf, terwijl het volstaat om 1/3de van de mensen achter onze eisen te krijgen opdat de twijfelaars gereduceerd worden tot een minderheid en de tegenstand verdeeld geraakt. Dus waar wachten we op?

In een volgende en laatste bijdrage bekijken we nog hoe een groep met collectieve belangen overgaat tot collectief handelen en welke zaken daarbij een rol spelen. Ondertussen is er genoeg stof om over te discussiëren, met elkaar maar vooral met onze leiding!

Hart boven hard

hartbovenhardkleur

18 stellingen

ecosoclogo

Roodlinks RSS feed

Agenda

di mei 30 @ 7:30PM -
Support Labour event

Steun ons financieel

Geef ons een duwtje in de rug en stort een bijdrage op het rekeningnummer van Roodlinks nationaal:

000-3255563-49
IBAN BE97 0003 2555 6349
BIC BPOTBEB1
op naam van
Roodlinks
p/a Kruishofstraat 144 bus 118
2020 Antwerpen

Manifest

linksmoetookdurven