Share

De voorbije weken werden we overspoeld door allerlei beweringen over de verdeling van het vermogen van de Belgen. Zo zou een vermogensbelasting of een meerwaardebelasting vooral de ‘werkende’ mensen treffen. Nochtans zijn er heel wat gegevens beschikbaar over de verdeling van inkomen en vermogen! En die vertellen toch iets anders...

De meest recente studie over de verdeling van inkomen en vermogen is gebaseerd op de resultaten van de Household Finance and Consumption Survey (HFCS). Het Household Finance and Consumption Network is een netwerk van onderzoekers, statistici en enquetespecialisten verbonden met de Europese Centrale Bank, de nationale centrale banken, nationale statistische instituten en externe consulenten. De Nationale Bank van België is verantwoordelijk voor de Belgische HFCS.

De HFCS heeft in 2014 in België 2.238 huishoudens bevraagd. De resultaten bevatten gegevens op gezinsniveau, alsook micro-economische informatie op het niveau van de individuele huishoudens. De onderzoekers geven onmiddellijk zelf aan dat de enquêtes minder geschikt zijn voor de analyse van het aandeel van de 1% rijkste huishoudens in het totale vermogen. De allerrijksten maken doorgaans geen deel uit van de respondenten, waardoor de resultaten van de enquête de rijkdom aan de top allicht onderschatten. De Belgische survey registreert daarentegen zeer goed de inkomens, de schulden en reële activa maar minder goed de financiële activa.

De verdeling van de reële activa

In 2014 bezit 88,5% van de huishoudens reële activa. Over welke reële activa gaat het dan? Volgens de studie bezit 70,3% van de gezinnen een eigen woonst. Maar slechts 18,5% van de gezinnen bezit nog ander vastgoed. In 2010 ging het nog maar om 16,4% van de gezinnen. Verder geeft 76,2% van de gezinnen aan één of meerdere voertuigen te bezitten; geeft 12,6% van de gezinnen aan waardevolle voorwerpen te bezitten en stelt 8,5% van de gezinnen een zelfstandige zaak te bezitten.

De verdeling van de financiële activa

Als het over financiële activa gaat, dan geeft slechts 11% van de gezinnen aan individuele aandelen van beursgenoteerde ondernemingen te bezitten. Minder dan 8% van de huishoudens had obligaties of kasbons en 21% van de huishoudens geeft aan te participeren in een gemeenschappelijk beleggingsfonds. Tenslotte stelt 44% van de huishoudens een aanvullend pensioen en/of een levensverzekering te bezitten.

Verdeling van inkomen en vermogen

Als men de huishoudens opdeelt in 5 groepen volgens inkomen (inkomenskwintielen) dan stelt men vast dat het laagste inkomenskwintiel slechts 5,4% van het nationaal inkomen bezit, terwijl het hoogste inkomenskwintiel goed is voor 44% van het inkomen.

Als men vervolgens ook gaat kijken welk aandeel elke groep heeft in het vermogen dan is de verdeling nog schever. Het laagste inkomenskwintiel bezit geen vermogen, terwijl het hoogste inkomenskwintiel 59% van het vermogen bezit. De 20% met het hoogste inkomen pakken dus een leeuwenaandel van nagenoeg 60% van het nationaal vermogen voor zich.

De samenstelling en verdeling van het vermogen

Het vermogen van de huishoudens in het laagste vermogenskwintiel is gering en bestaat veelal uit deposito’s (spaarrekening of gewoon geld op de bank) of reële activa zoals een eigen huis of voertuigen. Het vermogen van de drie middelste kwintielen bestaat vooral uit de eigen woning, aangevuld met voornamelijk deposito’s. Deze middenklasse heeft gemiddeld ook de grootste hypothecaire schuld uitstaan. Ze bezitten iets maar dan toch niet volledig, vermits ze ook in de schulden zitten bij de banken.

De rijkste huishoudens uit het hoogste vermogenskwintiel (de bovenste 20%) bezitten een woning die gemiddeld meer waard is dan die van de lagere vermogenskwintiele maar deze woning maakt een kleiner deel (minder dan de helft) uit van het totale vermogen. Wat betekent dat ze naast een (mooie) woning ook vanalles anders bezitten. Hun rijkdom bestaat uit ander vastgoed, waarvan het aandeel gemiddeld is toegenomen tot 23% sinds de laatste bevraging. Ook hypothecaire leningen, die verbonden zijn aan de aankoop van ander vastgoed worden vooral gesloten door deze huishoudens.

Deposito’s en aanvullende pensioenen en levensverzekeringen komen voor bij alle kwintielen, al hebben ze natuurlijk gemiddeld een kleine waarde in het laagste vermogenskwintiel. Andere financiële activa en eigen bedrijven komen bijna uitsluitend voor in het hoogste vermogenskwintiel.

De studie concludeert dan dat 1/3de van de huishoudens tegelijkertijd een loon verdient maar ook financiële inkomsten heeft én schulden aflost. Van de loontrekken heeft 49% ook een inkomen uit financiële activa. Maar tegelijkertijd geeft 25,8% van de gezinnen aan enkel een inkomen uit financiële activa te hebben en geen schulden te hebben.

Men gaat wel niet meer verduidelijken welke financiële inkomsten die gezinnen met een loon dan wel hebben. Als je de verdeling van de financiële activa bekijkt, dan zal je zien dat het vooral gaat over spaarrekeningen, aanvullende pensioenen en groepsverzekeringen. Slechts 8,7% van de gezinnen heeft obligaties en kasbons, slechts 11% heeft aandelen, en slechts 21% werkt via beleggingsfondsen. En die financiële activa worden minder goed ingeschat aan de top! Het zou dan wel kras zijn als dat allemaal verschillende gezinnen zijn!

Voor wie nog een politiek besluit nodig zou hebben

Wanneer men stelt dat meerwaardebelastingen, een vermogensbelasting of andere heffingen op inkomsten uit kapitaal de “middenklasse” zullen treffen, dan is dit onzinnig. De middenklasse slaagt er soms nog in om enig inkomen te vergaren uit beleggingen of huurinkomsten maar zit zelf ook steeds meer in de schulden. Natuurlijk heeft men in die middens schrik die extra inkomsten te verliezen. Het wordt echter tijd dat men in de middengroepen beseft dat ze gebruikt en misbruikt worden door de rijksten. Hun beleggingen zijn immers hefbomen om rijkdom af te romen en over te hevelen van minder rijk naar rijk.

Het is tijd dat rood en groen samen een vuist maken voor een eerlijke fiscaliteit op kapitaal. Te beginnen met een vermogensbelasting en met een vermogenswinstbelasting. En alle achterpoortjes moeten dicht. En waarom het ook niet aandurven om de progressiviteit in de inkomensbelasting terug te versterken door opnieuw een heffingsvoet van pakweg 60% te introduceren voor al wie meer dan 100.000 euro per jaar verdient? Zolang dit niet allemaal gebeurt, zal de omgekeerde herverdeling gewoon verder gaan.  Dan kunnen we evengoed terug een cijnskiesstelsel introduceren!

Bron: De vermogensverdeling in België: eerste resultaten van de tweede golf van de Household Finance and Consumption survey. (Ph. Du Caju, NBB)

Hart boven hard

hartbovenhardkleur

18 stellingen

ecosoclogo

Roodlinks RSS feed

Agenda

Geen evenementen

Steun ons financieel

Geef ons een duwtje in de rug en stort een bijdrage op het rekeningnummer van Roodlinks nationaal:

000-3255563-49
IBAN BE97 0003 2555 6349
BIC BPOTBEB1
op naam van
Roodlinks
p/a Kruishofstraat 144 bus 118
2020 Antwerpen

Manifest

linksmoetookdurven