Share

De regering Michel is deze week 2 jaar in dienst. De vakbonden vierden die verjaardag met twee mobilisaties tegen het asociale beleid van de regering op 29 september en op 7 oktober ll. Twee mobilisaties die inzake opkomst eigenlijk best wel succesvol te noemen zijn. Temeer daar de mobilisatie die aan de actiedagen vooraf is gegaan, eigenlijk verre van succesvol was. Het lijkt soms wel alsof veel mensen op straat komen ondanks de inspanningen van de vakbonden. Karl Van Den Broeck schreef aan de vooravond van de eerste grote vakbondsbetoging tegen de Regering Michel in 2014 in ‘De Gids op maatschappelijk gebied’ dat ‘het grote verschil tussen 1988 en 2014 is dat de linkerzijde vandaag gelijk heeft. … Het lijkt er op dat de linkerzijde in Vlaanderen zich zal kunnen optrekken aan het verzet tegen de centrumrechtse regeringen.’

Twee jaar na datum lijkt deze voorspelling toch niet helemaal uit te komen. De linkerzijde in Vlaanderen lijkt zich toch niet helemaal te hebben opgetrokken aan het verzet tegen de centrumrechtse regeringen. In Wallonië lijkt dat wel meer te gebeuren. Toch overheerst vandaag overal vooral verwarring, frustratie, demoralisatie en verdeeldheid. Is het een staking of enkel een betoging? Is het enkel bedoeld voor de actieve militanten of nemen ook de gewone leden deel? Zijn de acties gericht tegen het beleid van de regering of tegen de regering op zich? Willen we het beleid van deze regering veranderen of moet de regering weg? Als we het beleid willen veranderen, over welke maatregelen gaat het dan? En waar staan we zelf voor? Zijn we voor een vermogensbelasting of voor een vermogenswinstbelasting? Zijn we voor loonsubsidies maar dan wel met concrete verbintenissen of zijn we voor een ander tewerkstellingsbeleid en welk dan? En als de regering haar beleid niet bijstuurt, wat dan? Enzovoort …

Het lijkt vaak alsof de vakbonden eigenlijk maar wat aanmodderen met hun mobilisaties. En dat is best wel jammer omdat de sociale wetenschap eigenlijk heel veel theorie biedt om te begrijpen wat mobilisaties zijn en hoe ze ontstaan. Deze zouden een zeer grote hulp kunnen zijn bij het uitstippelen van een degelijk actieplan. Daarom hier een poging om het een en ander te kaderen.

Wat is mobiliseren?

Karl Van Den Broeck schreef in hetzelfde artikel in ‘De Gids op maatschappelijk gebied’ in 2014 ook nog het volgende: ‘De vakbonden geloven (hopen) dat arbeiders en bedienden, studenten en gepensioneerden maar ook veel freelancers en zelfstandigen, wakker zullen worden als de totale omvang van de besparingen duidelijk zal worden.’ Van Den Broeck schetst hiermee treffend de aanpak van de vakbonden. De vakbonden hopen dat het ongenoegen voldoende groot zal worden en dat iedereen dan wakker wordt. En alhoewel ongenoegen zeker een noodzakelijke voorwaarde is om tot een succesvolle mobilisatie te komen, is het zeker niet de enige voorwaarde. Het aanwakkeren van ongenoegen is nodig maar is niet voldoende. Dat is alvast een eerste verklaring voor sommige lamentabele mobilisaties.

 Ongenoegen is een eerste nodige voorwaarde maar is zeker niet voldoende. Het proces van mobiliseren kan eigenlijk opgedeeld worden in drie fasen. Een eerste fase is dan het ontstaan van ongenoegen. Dat ongenoegen moet zich daarna echter verder vertalen in de formulering van collectieve belangen. En die collectieve belangen moeten uiteindelijk ook nog resulteren in collectief handelen. Tijdens al die verschillende fasen in het proces van mobilisatie is de rol van leiding heel belangrijk.

Ongenoegen – nodig maar niet voldoende

 Een eerste fase in een succesvolle mobilisatie is altijd het ontstaan van ongenoegen. Ongenoegen wordt in de sociologie vertaald als ‘een gevoel van onrechtvaardigheid’. Dat ontstaat wanneer bestaande regels worden overtreden en/of wanneer heersende waarden worden overtreden. Daarbij ontstaat ook vaak een bewustzijn van de eigen rechten en van de eigen doeltreffendheid. De afwezigheid van ongenoegen is vandaag zeker het probleem niet. Integendeel, er is meer dan voldoende ongenoegen. Het sociaal-economisch beleid van de regering Michel overtreedt meer dan voldoende regels en heersende waarden. De vakbonden spelen hun rol hier ook meer dan voldoende. De vakbonden investeren enorm veel geld en middelen in het aanwakkeren van het ongenoegen. Er worden massaal veel pamfletten gemaakt om het beleid van de regering Michel en de gevolgen ervan uit te leggen op de werkvloer. Dat doen de vakbonden goed!

Voorbij het ongenoegen – collectieve belangen en collectief handelen

Het bestaan van ongenoegen is een nodige voorwaarde om tot mobilisaties komen maar het is niet voldoende! Om aanleiding te geven tot een succesvolle mobilisatie is het nodig dat het gevoel van onrechtvaardigheid zich vertaalt in collectieve belangen. Een gevoel van onrechtvaardigheid leidt immers niet automatisch tot de formulering van collectieve belangen. Daarvoor zijn verschillende verklaringen te vinden. De arbeidersklasse bevindt zich vaak in een staat van desorganisatie, waarbij overeenstemming ontbreekt over de collectieve belangen en over de strategie om die na te streven.

Het belangenconflict dat eigen is aan de kapitalistische tewerkstellingsrelatie, geeft niet noodzakelijk aanleiding tot conflictueus gedrag. Aangezien werknemers ook afhankelijk zijn van werkgevers en van het systeem om een inkomen en om sociale status te verwerven, hebben zij ook een bepaald belang in het succes van de organisatie of van het systeem dat hen tewerkstelt.  Bovendien zijn er verschillende tegenstellingen of breuklijnen. De tegenstelling tussen arbeid en kapitaal is dan wel (één van) de belangrijkste, er zijn nog heel veel andere tegenstellingen die de aandacht afleiden of die de zaken bemoeilijken. Denken we maar aan het debat inzake terreur of de discussies tussen Vlaanderen en Wallonië.

De vraag stelt zich dan hoe individuen met een gevoel van ongenoegen, met een gevoel van onrechtvaardigheid zich ontwikkelen tot een groep met collectieve belangen? De sociale wetenschap gaat daarvoor kijken naar processen uit de sociale psychologie: sociale identificatie, sociale attributies en stereotypering. En ook hier is de rol van leiding belangrijk. De vakbonden mogen het dan wel goed doen inzake het aanwakkeren van het ongenoegen, zij doen het verre van goed als het op de formulering van collectieve belangen aankomt.

Een laatste fase bekijkt dan de vraag hoe een groep met collectieve belangen kan evolueren naar een groep die ook collectief handelt? Hier spelen ook verschillende elementen zoals de mate van organisatie, de machtsverhoudingen, de kosten en de baten, de kost van repressie en de kansen. En opnieuw is de rol van leiding belangrijk. En ook hier laten de vakbonden het afweten.

Maar daarover meer in een volgende bijdrage …

Hart boven hard

hartbovenhardkleur

18 stellingen

ecosoclogo

Roodlinks RSS feed

Agenda

Geen evenementen

Steun ons financieel

Geef ons een duwtje in de rug en stort een bijdrage op het rekeningnummer van Roodlinks nationaal:

000-3255563-49
IBAN BE97 0003 2555 6349
BIC BPOTBEB1
op naam van
Roodlinks
p/a Kruishofstraat 144 bus 118
2020 Antwerpen

Manifest

linksmoetookdurven