Share

Interview met Maxime Combes, econoom en lid van ATTAC Frankrijk.

Wat is de situatie aan de vooravond van de klimaattop ?

De situatie is de afgelopen weken veel duidelijker geworden. De grote meerderheid van de regeringen hebben bij de VN hun vrijwillige nationale bijdragen tot vermindering van CO2 uitstoot, de INDC’s in de VN-newspeak. Vele studies bewijzen, met inbegrip van de evaluatie van de VN dat de optelsom van deze vrijwillige verminderingen tot een temperatuurstijging van meer dan 3° zullen leiden tegen het einde van de eeuw. En dit terwijl de staats- en regeringsleiders zich de taak hebben toegemeten alles te doen onder de 2°C te blijven.

Het zou logisch zijn de afstand tussen het wenselijke (2°C of minder) en het reële (3°C) het voorwerp zou worden van de klimaatonderhandelingen in Parijs. Het zou logisch zijn maar we weten sinds de resultaten van de Pre-COP ontmoetingen bekend zijn gemaakt dat dit niet het geval zal zijn. De bijdragen tot verminderingen van CO2 zullen niet verhoogd worden tijdens de COP21 omdat dit niet op de dagorde staat en omdat geen enkele grootmacht hier zin in heeft.

Waarover zullen de onderhandelingen in Parijs dan wel gaan?

Tijdens de COP21 gaan de onderhandelaars zich eerst en vooral buigen over het juridisch instrument dat het protocol van Kyoto vanaf 2020 moet opvolgen. Ze gaan in tweede instantie mechanismen – die vandaag onbestaande zijn — vastleggen waarbij landen regelmatig hun vrijwillige engagementen herzien. In Parijs gaat men dus vooral het reguleringsstelsel bespreken, niet de inhoud van deze regulering. Anders gezegd, men gaat de vorm en niet de inhoud van het klimaatbeleid bespreken. En ook hier zal het communicatieoffensief van de Franse regering – en van enkele internationale verantwoordelijken – botsen op de realpolitik. Zoals John Kerry heeft bevestigd, er is nooit sprake geweest noch voor de VS en noch voor de meerderheid van de landen om een akkoord te onderschrijven dat op internationaal vlak bindend zou kunnen zijn. De VS en anderen zijn maar bereid een akkoord te aanvaarden op voorwaarde dat ze er niet toe verplicht kunnen worden hun engagementen uit te voeren. Het is met andere woorden onmogelijk dat het akkoord in Parijs op iets anders uitdraait dan de kleinst gemene deler waarover de grootmachten het eens zijn. Een resultaat dat lichtjaren verwijderd is van hetgeen gedaan zou moeten worden.

 

Waarom is een protocol dat oproept tot vrijwillige engagementen “misdadig” ?

De wereldstrijd tegen de klimaatontregeling baseren op vrijwillige engagementen, op basis van een nieuw juridisch instrument dat nooit landen zal of kan verplichten meer te doen dan hetgeen zijzelf bepalen mondt uit op een liberale visie waarbij elkeen doet wat hij wil, wat hij kan. Volgens de onderhandelaars is het dus helemaal niet erg indien dit tot zwaar onvoldoende resultaten leidt… Bijgevolg wordt ook het idee gehuldigd dat het overbruggen van de kloof tussen het reële en het wenselijk geen prioriteit is. Voor de landen en de bevolking die slachtoffer zijn van klimaatontregeling betekent een dergelijke aanpak dat zij nooit iets of wat kunnen betwisten en de landen die historisch verantwoordelijk zijn voor het gros van de uitstoot nooit kunnen aanklagen. Met dergelijke vrijwillige engagementen is het leven of het overleven van deze bevolking minder waard dan hetgeen regeringen beslissen op het vlak van verminderde uitstoot van broeikasgassen.

Dergelijke benadering is ook gevaarlijk wil men in een latere fase stappen vooruit te zetten. Op vlak van klimaat is elke vertraging verloren tijd. Het is tijd die we niet meer kunnen inhalen. Dit alles hypothekeert serieus de globale energietransitie: nadat de uitstoot van broeikasgassen met 60% gestegen is (!!) tijdens de laatste 25 jaar onderhandelingen, zal de uitstoot van broeikasgassen, volgens de VN, nog steeds blijven stijgen met 10% tot 2030. In feite verminderen de vrijwillige engagementen de uitstoot ten opzichte van een fictief scenario van business as usual en dus helemaal niet ten opzichte van de reële toename van gassen die nog steeds gaande is. Aan de hand van die nationale bijdragen “engageren” landen zich om de komende 15jaar ongeveer 75% van het globale koolstof-budget (1000Gt) dat we mogen uitgeven tussen nu en 2050 op te souperen. Deze 1000Gt is het maximumbudget uitstoot waarover we beschikken om de 2° niet te overstijgen. Wanneer je dat budget opsoupeert op 15 jaar in plaats van op pakweg een halve eeuw kan je moeilijk zeggen dat je goed bezig bent. De kloof tussen de geplande en de wenselijke zeg maar noodzakelijke vermindering is het begin van nieuwe en nog talrijkere klimaatmisdaden; overal te wereld, waarvan de meest kwetsbare bevolkingsroepen het gelag zullen betalen zoals een recente studie van de Wereldbank heeft aangetoond. Dit is onaanvaardbaar. We hebben dus een cycloon nodig van sociale mobilisaties, voor, tijdens en na COP21 om deze misdaden een halt toe te roepen.

 

We gaan dus naar een geprogrammeerd fiasco? Hoe is dat mogelijk!

Om over een fiasco te kunnen spreken moet je wel hoge verwachtingen hebben ten aanzien van zulke topontmoetingen. Wat ons betreft zijn de verwachtingen beperkt om de reeds vermelde redenen. We moeten niet naïef zijn en te hoge verwachtingen koesteren ten aanzien van de COP21. Luciditeit is geboden want er zijn heel wat zaken die we moeten ontgrendelen opdat een energetische transitie zou plaatsvinden. Zoals ik mijn boek uitleg [‘Laat ons het tijdperk van de fossielen verlaten’ (Sortons de l'âge des fossiles, Manifeste pour la transition, éd. Seuil, coll. Anthropocène), worden de onderhandelingen enkel bekeken vanuit oogpunt van de uitstoot in de atmosfeer. Men kijkt enkel naar wat uit de schoorsteen komt, zonder rekening te houden met de ongelofelijke machinerie die de planeet doet opwarmen en zich onderaan de schoorsteen bevindt. Ik geef een voorbeeld: in geen enkel officieel document, ontwerp of verklaring is sprake van fossiele brandstoffen en evenmin van hernieuwbare energie. Het is een beetje alsof je doeltreffend tegen klimaatopwarming kan ageren zonder de energetische sectoren die voor 80% verantwoordelijk zijn van de uitstoot op wereldvlak bij de actie betrekt. De alternatieve energiebronnen komen evenmin ter sprake. Net zoals een democratische toegang tot deze hernieuwbare energiebronnen.

Nog belangrijker in mijn ogen is de manier waarop de VN een band weet te leggen tussen klimaatopwarming en financiële en economische globalisering. Ik citeer dikwijls het artikel 3.5 van de kader-conventie van de VN die in 1992 in Rio werd uitgewerkt en die bijzonder duidelijk is. In dit document wordt gezegd dat er geen sprake kan zijn van maatregelen die onrechtvaardige en arbitraire discriminaties uitvoeren op vlak van internationale handel, of belemmeringen ten aanzien van de handel. De tekst waarop alle onderhandelingen zijn gefundeerd beschouwt vrijhandel en vrije investeringen als heilig in die mate dat zelfs de klimaatcrisis geen afdoende reden kan bieden om bepaalde keuzes te herzien. We kunnen zien wat 25 jaar onderhandelingen en engagementen voor de komende 15 jaar betekenen… Deze benadering leidt tot niets.

 

Zijn er landen die toch voorstander zijn van bindende afspraken? Wie is het meest terughoudend?

Er zijn amper landen die echt voorstander zijn van een bindend akkoord, het is te zeggen, een akkoord dat hen doelstellingen oplegt die in overeenstemming zijn met wetenschappelijke bevindingen en die nagestreefd moeten worden met sancties als stok achter de deur. Volgens een evaluatie van talrijke NGO’s, verenigingen en internationale vakbonden die op 19 oktober werd bekend gemaakt in Bonn, tijdens de laatste onderhandelingssessie liggen de uitstoot-reducties van de ontwikkelde landen ver onder het niveau dat vereist is van het billijke aandeel dat ze zouden moeten op zich nemen. Japan doet maar 10% van wat het zou moeten doen en de Europese Unie amper meer dan 20%. Daarnaast stellen we vast dat de landen van het noordelijk halfrond steeds meer de opkomende economische landen met de vinger wijzen, terwijl net de ontwikkelde landen het meest ambitieus zouden moeten zijn op vlak van vermindering van de uitstoot van broeikasgassen.

 

Hoe staan de mobilisaties ervoor in Frankrijk?

Wij denken dat we belangrijke stappen vooruit hebben gezet om vanaf nu een sterke klimaatbeweging uit te bouwen. Natuurlijk hebben de aanslagen van 13 november alles in het honderd gestuurd. De regering heeft de noodtoestand uitgeroepen voor drie maanden en de betogingen werden verboden wat een absoluut schandaal is. We proberen onze actiekalender te handhaven maar de omvang van de mobilisaties zal hoe dan ook van een andere aard zijn dat voorzien. Normaliter hadden we 500.000 betogers verwacht in Parijs. Dit gezegd zijnde heeft Alternatiba, die sinds één jaar gedecentraliseerde acties voert, indien we iedereen samen tellen, ook 500.000 mensen op de been gebracht. Het is ook een veel bredere mobilisatie rond verzet tegen fossiele brandstoffen en de promotie van alternatieven in plaats van een mobilisatie rond de zeer beperkte agenda van de onderhandelingen. Het mag ook gezegd worden dat veelvuldige symbolische acties waarbij stoelen in bankagentschappen worden meegenomen een belangrijke impact hebben. Met deze actie maken we duidelijk dat banken gered werden maar het klimaat niet ; en wijzen we op de noodzaak om de internationale en Franse grootbanken verantwoordelijk zijn voor de fiscale ontwijking. We zeggen dat het geld om de energietransitie te betalen wel degelijk bestaat en dat het in de fiscale paradijzen terug te vinden is.

Meer algemeen hebben we onze mobilisaties op twee principes gebaseerd. Het eerste principe bestaat erin te stellen dat de opbouw van een beweging rond klimaatrechtvaardigheid moet vertrekken van hetgeen de mensen reeds doen en niet vanuit de abstracte overwegingen of verbonden met de manier waarop de staten discuteren en onderhandelen over klimaatcrisis. Het tweede principe bestaat erin te stellen dat Parijs niet het aankomst is van alle mobilisaties maar het vertrekpunt voor een strijd van langere adem. Wat ook het resultaat van COP21 zal worden, iedereen is akkoord om te stellend at we na de topontmoetingen verder moeten doen. Dit is ook de reden waarom we tot het einde van de top zullen blijven actie voeren. Wij willen geen toeschouwers zijn maar actoren in hetgeen bij het afsluiten van de onderhandelingen zal gezegd worden. De hoera-boodschappen die op het einde van de top zullen weerklinken mogen best bekritiseerd worden. De resultaten van de topontmoeting zullen nieuwe klimaatmisdaden rechtvaardigen. Dit is nodig willen we dat mobilisaties de machinerie blokkeren die de klimaatontregeling veroorzaakt. We moeten de ontginningsdrang – het idee waarbij alles dat in de grond zit eruit moet gehaald worden — aanklagen en de negatieve ecologische impact van TTIP ook in het vizier nemen. Hoe meer vrijhandel tussen de VS en Europa, hoe slechter de job-kwaliteit zal worden én hoe meer er gebruik zal gemaakt worden van fossiele brandstoffen waaronder het zeer vervuilende schaliegas.

 

Welk perspectief geef je voor later?

Hierover zijn de discussies nog gaande. Mijn gevoel is dat de radicale vleugel van de klimaatbeweging, zoals Blockadia, Alternatiba zich moeten voorbereiden op een “éco-territoriale” draai van de sociale strijd. Dit begrip ontleen ik bij de Argentijnse sociologe Maristella Svampa. Volgens haar is het belangrijk in te zien dat strijdbewegingen in Latijns Amerika dikwijls draaien rond wat er gebeurt in/met de openbare ruimte, met land, met stadsontwikkeling, grote projecten zoals stuwdammen of ontginningsconcessies die aan multinationals worden gegeven. We moeten onze energie inzetten rond strijdfronten waar het sociale — laat ons zeggen de levensvoorwaarden met betrekking tot arbeid en inkomen — en het ecologische samenkomen. We moeten ons niet alleen achter internationale campagnes scharen maar ook op lokaal en regionaal vlak werken aan een samenvloeien van sociale bewegingen.

Dit veronderstelt dat we een territorium, een gebied niet meer als een ondergeschikt gegeven beschouwen in de strijd voor maatschappelijke verandering en sociale emancipatie maar als een ruimte van waaruit translocale solidariteit tussen verschillende groepen kan worden uitgebouwd. het territorium is geen confetti die van de vernielende productivisme of de neoliberale globalisering moet gered worden maar integendeel de plaats van waaruit we krachtige mobilisaties kunnen ontwikkelen. Het is een sterke hypothese en zeker betwistbaar maar toch denk ik dat van zodra we een gemeenschappelijke vijand kunnen identificeren – al degenen die de ontginningsdrang en de machinerie die de plaat opwarmt verdedigen – we ook tot gezamenlijke strijd komen op basis van gedeelde sociaalecologische solidariteit. Het territorium wordt de ruimte van waaruit men de huidige totaal niet duurzame economische, financiële en technologische modellen worden overstegen. Het egoïsme van « Ik wil dat project niet bij mij in de buurt; elders kan het mijn geen moer schelen » gaat vervangen worden door een gemeenschappelijke overtuiging dat natuurbehoud en duurzame ontwikkeling van elle territoria de overhand moet krijgen en dat alle volkeren die deze planeet bewonen lotgenoten zijn.

Parijs, 15 november 2015

1 voor een samenvatting van deze studie zie Maxime Combes op Mediapart

Maxime Combes is auteur van “Sortons de l'âge des fossiles, Manifeste pour la transition”, éd. Seuil, coll. Anthropocène

Hart boven hard

hartbovenhardkleur

18 stellingen

ecosoclogo

Roodlinks RSS feed

Agenda

di mei 30 @ 7:30PM -
Support Labour event

Steun ons financieel

Geef ons een duwtje in de rug en stort een bijdrage op het rekeningnummer van Roodlinks nationaal:

000-3255563-49
IBAN BE97 0003 2555 6349
BIC BPOTBEB1
op naam van
Roodlinks
p/a Kruishofstraat 144 bus 118
2020 Antwerpen

Manifest

linksmoetookdurven